Op de MAVO – zo’n 40 jaar geleden – merkte ik al dat ik schrijven leuk vond. Maar al die jaren heb ik er nauwelijks iets meegedaan. Nu volg ik een cursus columns schrijven en beleef daar veel plezier aan. De eerste les was de opdracht op te schrijven waaróm ik graag schrijf. Dat leverde deze column op:
Onder stoelen en banken.
Bescheidenheid is een deugd, siert de mens en hoogmoed komt voor de val. Zo ben ik opgevoed. Ik heb jarenlang geloofd dat het een goede eigenschap was. Maar door de jaren heen, gingen er leuke kansen en spannende banen aan mijn grote neus voorbij terwijl ik dacht: die jas had mij ook gepast. En gaandeweg merkte ik dat er mensen zijn die echt naar me luisteren, die het leuk vinden om te horen wat ik meld. Dat af en toe iemand iets heeft, aan wat ik gezegd heb. Wat maakt me dat blij! Ik leer dat spreken soms ook best goud kan zijn.
Door mijn opvoeding past het me niet om te zeggen dat ik verwacht dat na het lezen van mijn mening over het gebruiken van de invoegstrook, heel Nederland snapt hoe het ritsen eigenlijk werkt. En dat na mijn column over het oneigenlijke gebruik van de term ‘rokjesdag’ de reclame van de ramen wordt gehaald, in die eerste zonnige weken van april.
Ik weet inmiddels dat Godfried Bomans zei: ‘Dikwijls is datgene wat wij bescheidenheid noemen, niets anders dan het verlangen om tweemaal geprezen te worden.’ De Franse journalist Bouvard schreef in 1929: ‘Bescheidenheid is de kunst om de anderen al het goede te laten zeggen dat je van jezelf denkt.’
Vals hoor!
Ik leg de lat hoog als ik de wens uitspreek dat mensen niet alleen glimlachen en na het lezen mompelen dat het een ‘aardig stukkie’ was. Maar dat ze de volgende keer nadenken bij het eten van kip, bij het naar binnen gaan van de trein, bij het beklimmen van de berg en bij al die andere actuele irritaties die ik aan wil snijden.
Als ik na al deze hoogmoed val, hoop ik dat het in goede aarde is.
Maar ik vind het vooral heel leuk om te schrijven. Erg leuk dat je me leest!