Op (het) leven en dood

Ruim een half jaar geleden zag ik op Facebook een bericht voorbij komen. ‘Donor gezocht met bloedgroep O positief’.  Er stond een aangrijpende foto bij van een jonge vrouw in een ziekenhuisbed, aan de dialyse. De naaste familie, zo staat in de begeleidende tekst, wil graag een nier afstaan maar niemand heeft een goede match. Wachten op een nier van een overleden persoon is mogelijk, maar dan moet deze jonge vrouw nog zeker vier jaar wachten voor ze weer kan léven.

Het bericht wordt meer dan 1200 keer gedeeld. Ik worstel er een tijdje mee. Ik weet niet eens wat mijn bloedgroep is. En ik vraag me af of al die 1200 mensen die dit bericht delen, er meer dan twee minuten bij stil hebben gestaan: is deze oproep misschien voor míj bestemd? Is het niet hypocriet om het bericht te delen en jezelf die vraag niét te stellen? Ik deel het bericht uiteindelijk niet. Ik durf het mij niet te vragen.

Op mijn 21e verjaardag tekende ik het donorcodicil. Dat was toen nog een papieren, geplastificeerd kaartje wat je altijd bij je droeg. Ik wist en weet het zeker: als ik er niet meer ben, mag alles gebruikt worden.  Ik hoop echt dat dat gebeurt en dat er mensen zijn die baat hebben bij mijn dood. Ik weet ook dat die kans maar heel klein is. (Kijk hier voor de voorwaarden).
Geven na de dood lijkt mij niet zo moeilijk. Maar om tijdens het leven al te geven… Aan je eigen vlees en bloed lijkt de keus minder moeilijk. Maar aan een relatief vreemde?

Onwaarschijnlijk fantastisch is het dat érgens in Nederland een vrouw woont, die al jarenlang de wens had om nierdonor te worden en het gedeelde facebook bericht las. Misschien van iemand die klakkeloos deelde en voel ik nu spijt dat ik dat niet deed. Het was een match, de operatie is inmiddels achter de rug en wat hoop ik dat beide nog lang en gelukkig leven! Het ziet er nu heel goed uit. Deze vrouw verdient een standbeeld! Belangeloos je eigen gezondheid delen met een onbekende, ik vind het een enorme heldendaad! Volgens mij staat hier en daar nog wel een sokkel leeg.

Op 1 juli 2020 gaat de nieuwe donorwet in, over het doneren van organen en weefsel na je dood.
Iedereen is vrij om te kiezen: ik ben wel donor / ik ben geen donor / iemand anders mag na mijn dood beslissen. Het hele mooie van de nieuwe wet is, dat als je niéts doet, dat je automatisch wordt geregistreerd als ‘geen bezwaar’. Want heel veel mensen hébben echt geen bezwaar maar vinden het gewoon moeilijk om het vast te leggen. Nadenken over je eigen dood is te moeilijk als je goed gezond bent. Mensen die liggen te wachten op een orgaan, kunnen je daar alles over vertellen. Zij worden immers tot nadenken gedwongen! Pia Dijkstra, een van de voorvechters van deze wet had gelukkig een lange adem.

Op de keukendeur van mijn zus staat:
Je hebt áltijd een keuze. Niets doen is ook een keuze.
Ik hoop dat de meeste mensen bewust vóór kiezen en dat invullen op www.donorregister.nl. Dat voelt goed en levert mooie gesprekken op met je naasten. Maar dankzij de nieuwe wet, is ‘niets doen’ in dit geval een verrekt goede tweede optie.

3 gedachten over “Op (het) leven en dood

Plaats een reactie