Hartstocht

hartstocht hartstichting

Zondagochtend. Koffie bij mijn moeder. Waar we vroeger vol passie de toestand in de wereld bespraken, beperken we ons nu tot het uitwisselen van nieuwtjes. En we nemen de post door. Er is een brief over orgaandonaties.

Ik heb er geen zin in, zegt mijn moeder zodra we de discussie beginnen.

Ik begrijp dat denk ik wel. Als je bijna 87 bent, heb je geen zin om daarover na te denken. Misschien omdat de dood dichterbij komt? Of omdat het onmogelijk is zo’n beslissing te overzien? Ik weet ook echt niet of een nier die al 87 jaar actief is nog gebruikt kán worden voor een ander? Daarom hebben we het er maar niet te lang over. Mocht het zo zijn dat ze iets kunnen gebruiken en de situatie bij het overlijden is zo dat het ook kan, dan mogen wij beslissen. Ik verscheur de envelop met grote gebaren. Zodat het afgewerkt is. Voor haar.

Een dag eerder kreeg ik een appje van een kennis. Een leuke jonge meid, geboren met een missende hartklep waardoor haar hart altijd extra hard moet werken. Ze appt dat het tijd is voor een donor hartklep. Door corona loopt alles anders en is het onduidelijker dan anders wanneer die donorklep beschikbaar komt. Een onzekere tijd breekt aan en het is allesbehalve afgewerkt. Voor haar.

’s Middags maak ik een lange wandeling. Het is heerlijk weer. Ik kom een groepje van 3 tegen. De man leidt de hond af door net te doen alsof hij een tak gooit. Ik doe een grote stap opzij en grap: ‘Ik weet niet hoe goed je mikt?’ We lachen.

Nog een drietal: ‘In 1899 stelde Cornelis Lely voor om snelwegen te maken maar hij werd keihard uitgelachen’, vang ik op. Dat wist ik niet. Wel dat hij het plan voor de Afsluitdijk maakte en dat Lelystad naar hem is vernoemd maar dat van die snelwegen, wist ik niet. Zoveel briljante mensen en ideeën worden eerst weggelachen.

Zo gaat het een tijd door. Nog een tweetal, een trio, een viertje… wat zijn we massaal aan t genieten op deze zonnige middag!

Ik kan niet anders dan heel hard hopen dat al deze actieve mensen er wél zin in hadden, in het invullen van die brief voor orgaandonaties. Zodat de mensen die iets nodig hebben, dit daardoor kunnen krijgen. Zodat die leuke jonge meid, die zo van wandelen houdt, nog heel veel tochten kan maken.

Hartstochten bijvoorbeeld. Dat zit er voor haar dit jaar niet in, ben ik bang. Maar behalve helpen hopen op een snelle donorklep, kunnen we dat wel doen. Voor haar en alle anderen: het donorregister invullen en meelopen met de Hartstocht. Want die gaat ondanks corona wél gewoon door!

Ps: De Hartstocht is een wandelevenement op 10 april a.s. georganiseerd door de Hartstichting. Je start en finisht vanuit je eigen voordeur of een plek naar keuze. Dat maakt het zo uniek. Je kiest uit een route van 5, 10, 15, 20 of 30 kilometer en ontvangt een persoonlijke route, langs bijzondere plekken en natuur in de eigen omgeving.

Ik schreef eerder over orgaandonatie. Wil je die teruglezen? Op het leven en dood.

Laat die Wopke maar schuiven

Wat was dat een stunt deze week! CDA-lijsttrekker Wopke Hoekstra maakte in de ogen van bijna heel Nederland een grote fout. Hij schaatste een rondje met Sven Kramer in het Thialfstadion tijdens een werkbezoek!

Ronduit pijnlijk voelde zijn tweet: Sporten is ontzettend leuk en daarnaast heel gezond. Juist in deze tijd is het belangrijk dat we voldoende blijven bewegen.

(zou hij dat zelf tweeten, vraag ik me steeds af, of was zijn medewerker personal-branding een ‘beetje dom?)

Splinter zei vlak voordat hij uitgeschakeld werd bij Wie is de Mol: ‘Je wilt toch niet vlak voor de finish struikelen en denken: had ik nou toch maar mijn veters gestrikt’! Ik denk dat Wopke met het zicht op de verkiezingen denkt: Verrek, dat is míjn tekst!

Want iedere sporter weet namelijk wel hoe leuk en gezond… en voelt zich enorm in vrijheid beknot nu de lockdown zo lang duurt.

Wopke bindt zijn schaatsen ónder en de strijd áán met sportminnend Nederland. Het lijkt zelfs dat ook iedereen die een afkeer heeft van binnensporten, sinds de scheve schaats van Wopke snakt naar binnensporten. Ik kan me tenminste niet voorstellen dat het alleen maar de fervente sporters zijn die zo heftig reageren.

Hanneke Groenteman legt het bij Op1 mooi uit: Het is als wanneer je je ongelooflijk vervelend en verdrietig voelt door tal van redenen. Je draagt alles moedig totdat je je scheen stoot aan de punt van een bloembak. Dán komt alle rottigheid in een vloeiende golf van ellende naar buiten.

Zo is het gesteld met Nederland. De schaatspunt van Wopke raakt ons collectieve scheenbeen.

Ik denk dat dit voorval iets positiefs kan voortbrengen! We herinneren ons toch allemaal de bruiloft van Ferd Grapperhaus? Hij beging de onmogelijke misser om zijn schoonmoeder te omhelzen. Ook schudde hij handen! Het boefje.
Kort daarna ging de boete voor het ‘niet aan de anderhalve meter afstand houden’ van € 390,00 naar € 95,00.

In navolging daarvan kán het niet anders dan dat Wopke Hoekstra het binnenkort goed met ons maakt. Hij gaat er voor zorgen dat de deuren van sportscholen, schaatsbanen en zwembaden opengaan. Dat we allemaal weer mogen sporten, binnen en in buitenlucht. Want dat is ontzettend leuk en ook nog eens gezond. Daar kan toch niemand het mee oneens zijn? Juist in deze tijd.

Laat die Wopke maar schuiven! Of niet Wop?

Op (het) leven en dood

Ruim een half jaar geleden zag ik op Facebook een bericht voorbij komen. ‘Donor gezocht met bloedgroep O positief’.  Er stond een aangrijpende foto bij van een jonge vrouw in een ziekenhuisbed, aan de dialyse. De naaste familie, zo staat in de begeleidende tekst, wil graag een nier afstaan maar niemand heeft een goede match. Wachten op een nier van een overleden persoon is mogelijk, maar dan moet deze jonge vrouw nog zeker vier jaar wachten voor ze weer kan léven.

Het bericht wordt meer dan 1200 keer gedeeld. Ik worstel er een tijdje mee. Ik weet niet eens wat mijn bloedgroep is. En ik vraag me af of al die 1200 mensen die dit bericht delen, er meer dan twee minuten bij stil hebben gestaan: is deze oproep misschien voor míj bestemd? Is het niet hypocriet om het bericht te delen en jezelf die vraag niét te stellen? Ik deel het bericht uiteindelijk niet. Ik durf het mij niet te vragen.

Op mijn 21e verjaardag tekende ik het donorcodicil. Dat was toen nog een papieren, geplastificeerd kaartje wat je altijd bij je droeg. Ik wist en weet het zeker: als ik er niet meer ben, mag alles gebruikt worden.  Ik hoop echt dat dat gebeurt en dat er mensen zijn die baat hebben bij mijn dood. Ik weet ook dat die kans maar heel klein is. (Kijk hier voor de voorwaarden).
Geven na de dood lijkt mij niet zo moeilijk. Maar om tijdens het leven al te geven… Aan je eigen vlees en bloed lijkt de keus minder moeilijk. Maar aan een relatief vreemde?

Onwaarschijnlijk fantastisch is het dat érgens in Nederland een vrouw woont, die al jarenlang de wens had om nierdonor te worden en het gedeelde facebook bericht las. Misschien van iemand die klakkeloos deelde en voel ik nu spijt dat ik dat niet deed. Het was een match, de operatie is inmiddels achter de rug en wat hoop ik dat beide nog lang en gelukkig leven! Het ziet er nu heel goed uit. Deze vrouw verdient een standbeeld! Belangeloos je eigen gezondheid delen met een onbekende, ik vind het een enorme heldendaad! Volgens mij staat hier en daar nog wel een sokkel leeg.

Op 1 juli 2020 gaat de nieuwe donorwet in, over het doneren van organen en weefsel na je dood.
Iedereen is vrij om te kiezen: ik ben wel donor / ik ben geen donor / iemand anders mag na mijn dood beslissen. Het hele mooie van de nieuwe wet is, dat als je niéts doet, dat je automatisch wordt geregistreerd als ‘geen bezwaar’. Want heel veel mensen hébben echt geen bezwaar maar vinden het gewoon moeilijk om het vast te leggen. Nadenken over je eigen dood is te moeilijk als je goed gezond bent. Mensen die liggen te wachten op een orgaan, kunnen je daar alles over vertellen. Zij worden immers tot nadenken gedwongen! Pia Dijkstra, een van de voorvechters van deze wet had gelukkig een lange adem.

Op de keukendeur van mijn zus staat:
Je hebt áltijd een keuze. Niets doen is ook een keuze.
Ik hoop dat de meeste mensen bewust vóór kiezen en dat invullen op www.donorregister.nl. Dat voelt goed en levert mooie gesprekken op met je naasten. Maar dankzij de nieuwe wet, is ‘niets doen’ in dit geval een verrekt goede tweede optie.

Iets om naar uit te kijken

De oudste dochter van mijn hartsvriendin ziet er beroerd uit. We vieren de 53ste verjaardag van haar moeder. ‘Ik ben wat laat’, zegt ze. ‘Ik moest eerst even …’ terwijl ze praat haalt ze het wit-met-blauwe-letters afspraken kaartje uit haar zak. Ik geef een gil van blijdschap en ondanks corona knuffel ik mijn hartsvriendin even helemaal plat. Ze wordt oma. Dat meisje waar ik al vanaf mijn zesde mee speel. Oma.

Ik app haar moeder, de overgrootmoeder-in-spe. Wat sowieso al fantastisch is, dat je een overgrootmoeder-in-spe kunt appen! Ontroerd feliciteer ik haar met haar nieuwe titel. Ze appt me dolgelukkig terug, dat het zo fijn is om iets te hebben om naar uit te kijken.

Iets om naar uit te kijken. Is dat wat ons op de been houdt als het ‘nu’ minder mooi is? Ik zag een grappige strip over mindfulness. De docent zei iets van: leef in het nú, waarna een cursist uitriep: ik wíl helemaal niet meer in het nu zijn, ik ben het nu van nu hartstikke zat!
Het is niet de leukste tijd. Corona zette een streep door zoveel zaken waar verwachtingsvol naar uit werd gekeken. Weekendjes weg, concert- en theaterbezoek, vakanties, huwelijksfeesten. Er was erg weinig om naar uit te kijken. Dat vond ik tenminste in die eerste weken.

Maar naarmate de lockdown langer duurde, ging ik uitkijken naar de kleinere dingen. Ik keek uit naar die oergezellige zaterdagavonden, met de volwassen kinderen om de tafel en de spelletjesdozen er op. Die zaterdagavonden vielen trouwens ook regelmatig op een woensdag of vrijdag. Het hardlopen in het bos, het wandelen over de dijk – helemaal alleen met de wind in mijn haar. Heerlijk.

Nu denk ik: hoe durfde ik dat ‘kleinere dingen’ te noemen. Mensen om je heen om spelletjes mee te doen, zo gezond zijn dat je kúnt hardlopen en wandelen en genoeg eten in de kast. Dat zijn juist de grootste dingen in het leven!

Sinds kort kom ik wel eens in het hospice, om te proberen of ik daar vrijwilliger kan worden. Het is een plek waar mensen terecht kunnen komen als ze niet lang meer te leven hebben. Een plek waar het bijna voelt als thuis, waar een heleboel mensen zorgen dat het laatste stukje leven zo mooi mogelijk verloopt. Ik wist het niet, maar zelfs de mensen die daar liggen, hebben nog iets om naar uit te kijken. Een familielid die op bezoek komt, een paar hapjes saté of even buiten zitten in de zon. Hoe minder er is, hoe meer je uitkijkt naar de kleinste dingen. Daar word je nederig van he?

Ik hoop dat ik dat kan behouden. Genieten van en uitkijken naar kleine dingen. En ondertussen blij uitkijken naar dat hele kleine ‘ding’ wat groots gaat groeien in die nu nog platte buik. Een wonder.

ps: waar ik ook altijd naar uitkijk, zijn de foto’s van Vibeke Allema – @vibfotografie. Deze foto van de platbuiklibelle heeft zij gemaakt. Bedankt dat ik m mag gebruiken!

Wat heb jij een lekker kleurtje!

Heb je je goed ingesmeerd, vraag ik mijn wandelvriendin voordat we een lekker lange dag door de drentse bossen gaan wandelen op een warme dag? Nee, zegt ze. Maar ik heb wel een zonnebril.

We gaan op pad en een paar uur later daalt haar antwoord. Heb je je ingesmeerd? Nee maar ik heb wel een zonnebril? Ik lach me tranen. Maar ze legt uit dat alleen de dunne huid onder haar ogen snel verbrand en dat de zonnebril dat verhindert. Verder nooit last van verbranden. Lekker juist, die warme zon op de huid. Je voelt de vitamine d naar binnen stromen. Ik smeerde wel wat maar hoop dat ik wel een lekker kleurtje krijg.

In de loop van de laatste eeuw is er een kronkel ontstaan in ons denken. Ik denk dat het ook een eeuw duurt voordat die er weer uit is. We denken namelijk dat het gezond is, als we bruin zijn. Als ik binnen kom en mijn moeder zegt: ‘bern wat sjust wyt’ (kínd wat zie je wit) dan is dat bepaald geen compliment. Als mijn door het hardlopen bezwete voorhoofd flink verkleurd, dan zie ik er beter uit. Stukken beter. Dat vind ik zelf ook. Maar hoe onwaar dat is, begint de laatste jaren steeds meer door te sijpelen.

Jaarlijks krijgen meer dan 51.000 mensen in Nederland te horen dat ze huidkanker hebben en onvoorzichtig zongedrag is daarvan een grote oorzaak. Het aantal mensen met huidkanker is sinds 1990 verviervoudigd. Het komt vooral voor bij de generaties die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw onbekommerd gingen zonnen. (bron: www.huidfonds.nl)

Het gaat over mij. En mijn leeftijdgenoten! En het klopt want toen ik begin 20 was, ging ik het liefst zonnen van 12 tot 15 uur want dan was de zon op z’n heetst en had je het snelst effect. De eerste dagen van de vakantie lieten we ons opzettelijk verbranden zodat het proces van het vervellen en het bijkleuren van de roze, verbrande plekken klaar was voordat we naar huis gingen. Hoe bruiner je terugkwam, hoe mooier je vakantie was geweest. De vriendin die de borsten zo verbrand had, dat het etterde en ze met koude handdoeken de lange reis naar huis moest maken, accepteerde de pijn. Want ja… wie mooi wil zijn…

We wisten niet dat de gevolgen zo groot zouden zijn. Dat weten we nu wel. Dus moéten we smeren, smeren, smeren (op de wijs van wijnen wijnen, is het misschien al wat makkelijker te onthouden 😉) en met een andere blik naar onszelf leren kijken.  Honderd jaar geleden straalde het rijkdom uit als je bleek was en werd er driftig gepoederd. Nu moeten we leren omdenken dat een zonverbrande kop verre van gezond is. Maar voordat dát uit ons denken is….

Over honderd jaar ben ik er al lang niet meer, en mijn moeder al helemaal niet. Maar áls we er nog zijn, hoop ik dat haar ‘bern wat sjust wyt’ klinkt als een compliment. Vast.



P.s.:

Vier belangrijkste zonnetips van het KWF:
Gebruik zonnebrandcrème met een beschermingsfactor van minstens 30
Smeer elke 2 uur in, en smeer ruim: gebruik minstens 7 theelepels
Zoek de schaduw op tussen 12 en 15 uur als de zon het meest schadelijk is
Laat kinderen met zonnebrilletje of petje in de zon spelen.

Ik voeg er graag nog één aan toe want zonnebrand is dan wel goed voor ons, maar als het door het zeewater afgespoeld wordt, of ’s avonds via het doucheputje het riool in loopt, richt het schade aan aan het milieu. Vooral koraal heeft enorm last van ons smeren en als we zo doorgaan is er in het jaar 2100 helemaal geen koraal meer. (niet dat zonnebrand de enige vernietigende factor is, maar dat terzijde) Let op het etiket en koop iets waar geen oxybenzone in zit.

75 jaar vrijheid – niet voor iedereen

Een half jaar geleden overleed mijn ex-zwager. Zijn leven kende een verdrietige start en een droevig einde. Met een moeder die de weg kwijt was, zwervend tot ze werden gevonden en hij geadopteerd werd. Een moeilijke jeugd, een eerste kennismaking met drugs en toen als jochie van 20 als dienstplichtig militair, in de 1e lichting, naar Libanon voor een vredesmissie.

Onlangs zag ik het promotiefilmpje uit 1979. ‘Kom naar Libanon! Altijd mooi weer. Veel tijd om te sporten en je onder te dompelen in nieuwe culturen’. Hoé anders het was, weten we niet. Want hij heeft er verrekt weinig over losgelaten. Feit was wel dat hij zwaar getraumatiseerd de diagnose PTSS (post-traumatisch stress stoornis) kreeg en niet meer heeft kunnen functioneren in onze maatschappij.

We verstrooiden zijn as op het strooiveld van het Veteranenlandgoed Vrijland. De veteraan die ons ontving, vertelde dat van zijn missie 6 van de 22 mensen geen last hadden van wat ze hebben meegemaakt. Dus 16 mensen wel. De één meer dan de ander, maar allemaal beschadigd.

Kort geleden kwam ik voor mijn werk op bezoek in het VOC Vechtdal, een ontmoetingscentrum voor Veteranen in Hardenberg. Er ging opnieuw een wereld voor me open. Dit centrum is een bezoekje meer dan waard. Veteranen en ‘thuisblijvers’ hebben daar een fijne plek om te praten, samen te knutselen en er worden regelmatig bijzondere bijeenkomsten georganiseerd. En hoe nodig dit is, heb ik nooit geweten!

In Canada woont mijn oude oom, hij is ergens in de 90. Hij heeft zijn leven keihard gewerkt want in Canada zijn de pensioenvoorzieningen niet als hier. Maar nu mag hij uitrusten in een verzorgingstehuis. Bizar is het, dat hij nu opeens wordt gekweld door nachtmerries. Hij verwondt zichzelf ’s nachts in zijn pogingen om zich te beschermen tegen demonen. Hij was één van ‘onze jongens op Java’ waar de NPO onlangs zo’n indringende serie over uitzond. (kijk hier) Je moet een sterke maag hebben om dit te zien. De gruwelijkheden gaan mijn voorstellingsvermogen voorbij.

Er is een plek in Nederland waar dertien ‘zware gevallen’ wonen, mannen die door de oorlog of vredesmissie zo beschadigd zijn, dat ze niet kunnen leven in onze wereld. Het heet Veteranen Thuisbasis en wordt niet gesubsidieerd door Defensie.  Op deze plek hoeven ze niets uit te leggen maar worden ze wel gestimuleerd om terug te keren in het gewone leven, voor zover dat nog kan. Die weg is lang en daar mag in deze woonomgeving alle tijd voor worden genomen. Vele anderen, die deze Thuisbasis nog niet gevonden hebben, zwerven door bossen en steden. En dat in Nederland.

Mijn zwager, mijn oom en al die anderen gingen als vrij onschuldige jonge mannen naar de oorlog en kwamen er geestelijk beschadigd uit. Ik geloof dat ‘oog om oog’ en ‘tand om tand’ toch niet zo’n heel goed idee was.

P.s. 1: Mijn neef Ramon maakte van die 1e lichting Libanongangers een afstudeerproductie: ‘De twee kanten van UNIFIL’. (bekijken op laptop of PC is sterk aanbevolen)

P.s. 2: Drie plekken waar ik ‘bij toeval’ tegen aan loop, Vrijland, VOC Vechtdal en Veteranen Thuisbasis. Ze kampen allemaal met teruglopende subsidies. Terwijl we zoveel te danken hebben aan de mensen die hun leven in gevaar brachten om andere levens te redden en de gevolgen aan wat wij vieren als ’75 jaar vrijheid’.

De mentale trainingsbroek

Begin januari hoorde ik een fragment op de radio wat mijn dagelijkse leven mooier maakt. Dat ga ik delen! Ik denk dat de meeste mannen het eind van dit stukje niet halen. Die vinden dit geneuzel. Of zoals één zei: ‘Ik vind het leuk hoor, dat je dingen doet. Maar ik hoef er niet over te lezen’.

Ik zat in de auto te luisteren naar Spijkers met Koppen waar de denker des Vaderlands, Daan Roovers, aanschoof om haar nieuwjaarswensen met ons te delen. Ze vertelde boeiend over de hoge eisen die we aan onszelf stellen, hoe ook jongeren er onder lijden en het aantal burnouts toeneemt. De tip die ik sinds die dag koester is: Trek eens wat vaker een mentale joggingbroek aan.

Vroeger vs. nu
Mijn vader had voor mijn gevoel dag en nacht een stropdas om. Dat ding ging echt nooit af, hooguit als het 30 graden of hoger was, werd de strop iets losser getrokken. Ik krijg het benauwd als ik er aan denk. Hij was altijd strak in ’t pak. Letterlijk en ook figuurlijk denk ik nu wel eens.
Zo’n voorbeeld werkt ongemerkt mee. En het is nog maar sinds kort dat ik mezelf het comfort toesta van een trainingsbroek. Ik begreep de mensen nooit die zich gelijk na het werk omkleden voor iets lossigs. Maar nu heb ik een kekke trainingsbrakka. Als ik die aan doe, vraag ik aan de jongens: Wat ga ik doen? En ben niet eerder tevreden dan zij zeggen: Helemaal niks ma! En dan overspoelt mij een gevoel van ontspanning.

Mentale joggingbroek
Ik begrijp dan ook precies wat Daan bedoelt met de mentale joggingbroek. Ze legt uit dat we liéver voor onszelf moeten zijn. Dat we dingen doen, omdat we ze wíllen doen. Niet om er beter van te worden. Niet om aardig gevonden te worden. Niet om te laten zien, kijk es wat ik allemaal doe. Maar omdat je het wílt doen. En als je eens iets niet wilt, dan mag je dat gewoon zeggen. Zonder je te omringen met excuses. Dat is heel spannend maar deze week probeerde ik het uit.

Ik heb deze week een leuk avondje theater afgesproken met een gezellige oud-collega. Vooraf gaan we ergens wat eten. Maar deze week zijn er ook al twee avonden gevuld met werk, waardoor ik niet thuis eet. Dat wringt. Ik eet gewoon graag thuis.
Ik trek mijn mentale joggingbroek aan en stuur haar een appje: Ik wil vrijdag graag thuis eten en de jongens zien en spreken. Ik app geen excuses, geen sorry, het spijt me en ik hoop dat je me begrijpt, geen blozende en huilende emoticons, geen bla bla bla.
Ze appt gelijk terug: ‘Helemaal goed. Goed dat je ’t aangeeft’. Ik weet ineens zeker dat zijn die joggingbroek ook aan heeft.

Wat een aanrader! Het zit heerlijk. Natuurlijk moet ie af en toe even uit, net als de echte. Er zijn dingen die we moeten doen. Maar als ik ‘m daarna aanschiet, zit ie des te fijner. Dat gun ik jou ook. Denk maar es na, voor wie doe je het eigenlijk.

p.s.
Toen ik vandaag het fragment terug vond, bleek dat het item over de joggingbroek veel kleiner was dan het in mijn hoofd gegroeid is, maar dat is niet erg. Frappant vond ik wel dat een aanzienlijk deel gaat over leren ‘nee’ en ‘ik’ zeggen en dat cabaretier Martijn Koning heel geïnteresseerd zit mee te knikken. Dat maakte toen geen indruk maar krijgt achteraf ineens een andere betekenis. Deze week, een maand later, annuleerde hij al zijn voorstellingen tot aan de zomer. Hij heeft goed geluisterd.

In de ban van Banksy

Kunst raakt en dat hebben we nodig. Raken en geraakt worden geeft namelijk verwondering, nieuwsgierigheid, groei, ontwikkeling, onzekerheid én interactie. Wat een mooie zin. Ik vind hem in het lesprogramma van een mij onbekende school. Wat mooi dat scholen dit zo benoemen. Klinkt een stuk beter dan: ‘We gaan niet kleien hoor want dan wordt alles zo vies.’

De één heeft iets met kunst, een ander zegt van niet, en velen weten het pas op het moment dat ze geraakt worden.

Sinds één van onze zonen een blauwe maandag iets moois deed met spuitbussen op illegale plekken, kijk ik met totaal andere ogen naar graffiti. Het is kunst wat er gemaakt wordt! Ik sta regelmatig stil in diepe bewondering .
In de krant zie ik een foto die me raakt:

Een prachtig voorbeeld van kunst met een boodschap die je aan het denken zet. Met deze schildering vestigt ene Banksy de aandacht op het sterk groeiende aantal daklozen in Groot-Brittanië.  

Als ik aan tafel vertel wat ik zag, kijken de jongens me aan en vragen zich af of ik onder een steen heb gelegen de laatste jaren maar ik had echt nog niet van hem gehoord. Ik verdiep me en raak in de ban.

Er is niet veel bekend. Banksy is een Brit en gebruikt een instagramaccount waar af en toe nieuwe filmpjes opduiken. Hij maakt grote en kritische schilderingen op muren, deuren en ook op vrachtwagens. Hij maakte een schildering op de deur van Club Bataclan waar in 2015 die vreselijke terroristische aanval was. Een half jaar later werd de deur gestolen! Met een slijpmachine werd de deur losgesneden en daarna in een klaarstaande truck geladen. Weg!

Afgelopen kerst dook Banksy op in Bethlehem en maakte ‘Scar of Bethlehem’, scar in plaats van star, dus litteken in plaats van ster. Het is bedoeld als protest tegen de Israelische bezetting op de Westelijke Jordaanoever.

Banksy trekt steeds de aandacht maar je weet nooit van te voren met wat. Eind 2018 vernietigde één van zijn werken zichzelf, vlak voordat het op een veiling voor een recordbedrag zou worden verkocht. In de onderkant van de dikke lijst bleek een kleine versnipperaar te zijn verstopt die het linnen doek voor ongeveer de helft verknipte. Hier kun je dat filmpje zien. Bizar. Maar hieruit blijkt dat hij niet voor het grote geld gaat maar echt om de aandacht voor de situaties die hem na aan het hart liggen. Mooi.

Tja en dan deze…. Ik zag een tv programma waarin de stress werd gemeten van jongeren en ouderen bij het telefoongebruik. De adrenaline gierde de volwassenen door de aderen toen de presentator de mobiel even afpakte; regelrechte paniek! En waar we een groot woord hebben tegen onze kinderen, over alles wat ze missen omdat ze niet meer om zich heen kijken, doen we teniet door zelf nog erger te zijn. Moeders achter kinderwagens die op hun mobiel kijken i.p.v in hun wagen, stelletjes die uit eten gaan maar ondertussen blijven appen met iedereen behalve hun partner.

Ik ben niet roomser dan de Paus en daarom raakt deze Banksy me misschien het meest. En voor de zoveelste keer beloof ik mezelf en mijn omgeving beterschap. Vanavond gooide ik alle zinloze spelletjes van mijn mobiel, keek weer om me heen en voerde een leuk gesprekje terwijl ik op mijn portie kibbelingen wachtte. Ik kan het aanraden! Het bevalt prima.

Vuurwerkcompromis

Wat een geluk! Iedereen is weer veilig thuis gekomen. Ik word op woensdag 2 januari wakker met een gevoel van enorme opluchting.

We stonden niet in een lift in Arnhem, bij de schietpartij in Zwolle en onze jongens reden niet onder invloed van lachgas. We werkten niet bij het belaagde politiecorps, bij de brandweer in Den Haag of waar dan ook. Iedere hulpverlener kon voor zijn leven vrezen deze nacht.

De maat is vol. Eindelijk. Nederland accepteert niet meer dat er 15 miljoen euro schade is door vuurwerk. Vooral niet na dat grote, blije feest op de Ossemarkt in Groningen van Serious Request die 1,5 miljoen opleverde. Een tiende deel van de vuurwerkschade. Deze jaarwisseling is er trouwens voor 77 miljoen euro aan vuurwerk gekocht. Even wat cijfers om te vergelijken…

Bij die 15 miljoen schade zijn de extra salariskosten van al die hulpverleners nog niet berekend. De brandweer in Nederland kreeg in totaal 4.340 meldingen. Honderden mensen brachten de eerste nacht van het nieuwe jaar in de cel door, vanwege vandalisme en/of geweld, met name tegen hulpverleners. Het Oogziekenhuis in Rotterdam kreeg in de Nieuwjaarsnacht achttien vuurwerkslachtoffers binnen. Bij de helft van die slachtoffers is de schade aan een of beide ogen blijvend – en dit zijn inmiddels ‘normale’ cijfers.

Meer dan de helft van de Nederlanders is inmiddels voor een algeheel vuurwerkverbod. Een aantal politieke partijen ziet dat niet zitten omdat het onmogelijk lijkt om te handhaven. Handhaving moet dan ook niet alleen gebeuren door de sterke arm der wet maar begint al thuis. Wat is er misgegaan met je opvoeding als je lachend een cobra 6 naar een ander gooit – met de sterkte van een handgranaat? Wat als je moedwillig zorgt dat de brandweer niet kan uitrukken door ‘kraaiepoten’ te strooien die zeker lekke banden veroorzaken. Wat ging er mis als je willekeurige auto’s in brand steekt, de politie in de val lokt en ambulancepersoneel bekogelt met vuurpijlen?

Wat zou het mooi zijn om op een gepaste manier met vuurwerk om te kunnen gaan. Om – volgens traditie – de boze geesten te verjagen. Maar dan wel zo dat die mooie asielzoekster niet met de handen voor haar oren in elkaar hoeft te krimpen bij de zoveelste knal in het winkelcentrum. Ik heb ook mooie herinneringen; met de kinderen, haartjes nat, met de knietjes op de bank met glanzende ogen naar buiten kijkend…

Ik heb een oplossing! We spreken met elkaar af dat we alleen vuurwerk afsteken op 31 december vanaf 18:00 uur, dat is leuk voor de kleintjes, tot 1 januari 02:00 uur. Dan blijft de traditie in stand maar is overlast beter in de hand te houden, kunnen de dieren en mensen die een hekel aan vuurwerk hebben, binnen blijven. Dan hoeven de hulpverleners maar 8 uren paraat te staan en kunnen buiten die uren om – samen met alle ouders – handhaven. Dan voorkomen we dat we 3 dagen voor en 2 dagen na de jaarwisseling alert moeten zijn. Dat zou toch een enorme verbetering zijn?

Ik moet opbiechten dat het niet mijn eigen idee is. Ik citeer van www.politie.nl:

Wanneer mag ik vuurwerk afsteken?
Van 31 december 18.00 uur tot 1 januari 02.00 uur mag u vuurwerk afsteken.

De wet is er dus al! Scheelt dat even maandenlange politieke discussies! Nu het handhaven nog. En laten we daar vooral aan de keukentafel mee beginnen.

Omgaan met teleurstellingen

De cursus ‘omgaan met teleurstellingen’ gaat helaas niet door. Wat een teleurstelling!
Herman Finkers won vorige maand de Blijvend Applaus Prijs, een prijs voor oud-podiumkunstenaars voor het hele oeuvre. Het boek ‘De cursus omgaan met teleurstellingen gaat helaas niet door’ is één van die hoogtepunten en gaat in herdruk. Wat een prachtig cadeau voor de feestdagen. Ik denk dat ik mezelf er één cadeau doen want werkelijk, wat kan ik slecht tegen teleurstellingen.

Vorige week nog. Eindelijk vonden hartsvriendin en ik een moment om Mi Vida te zien – die leuke film met Loes Luca. Verhit kom ik aan bij de bioscoop, waar zij me staat op te wachten. ‘Hij draait niet’, roept ze me toe. ‘Er was een aanvraag voor verhuur. Dat was gisteravond pas bekend en toen hebben ze de film er uit gehaald.’ Ik weet dat het geen enkele zin heeft maar toch stuif ik naar binnen. Ik vertel de kassier dat ik een hele middag vrij heb genomen om hier te komen en hoé ontzéttend ik me verheugde op deze middag. Kinderachtig van me, ik weet het, want die jongen kan er niets aan doen.
En dat zeggen we dan ook in koor: ‘Jij kan er niets aan doen’.
Maar het duurt zeker een half uur en een punt appeltaart met veel slagroom voor ik dat vervelende gevoel van teleurstelling kwijt ben.

Als ik naar mijn werk rij, kom ik door Slagharen. Daar staat sinds deze week een groot bord waarop staat dat 28 december Protos Weering begint. HET zaalvoetbaltoernooi van het Noorden. Al jarenlang moedig ik onze club aan. En iedere ronde dat ‘we’ verder komen, groeit het legioen. Iedere voorronde is een thriller. Als we de finale halen, dan rijden bussen vol supporters naar Angelslo voor een onvergetelijke dag. Vanaf het moment dat de oudste op voetbal zit, gaan we heen. De kinderen spaarden wekenlang hun zakgeld om met de bus mee te mogen. Onze jongste heeft de droom om aan Protos mee te doen vanaf het moment dat hij kan lopen. Toen kon hij namelijk ook al voetballen. Ik herinner me die bussen vol opgetogen kinderen die hun helden aan gingen moedigen. Ik herinner me hoe ik de winkels afstruin voor een nieuwe rode trui. Ik zie mijn moeder van 85 voor de tv, RTV Drenthe, en oh wat zou ze het graag een keer in het echt zien. Ik herinner me de ongelooflijke onmacht toen we in 70 seconden tijd drie doelpunten om de oren kregen en niét naar Angelslo gingen. En oh die trots tijdens die zoeklichten door de donkere zaal en de namen van onze jongens. Protos is één groot voetbalfeest. Meer dan voetbal alleen, is onze leus. Veel meer. Het maakt van al die voetballende kinderen, jong en oud, en hun supporters één grote familie. Mijn hart klopt rood wit, vooral tijdens de donkere dagen van kerst.

Ik zie heus het leven wel in zijn perspectief en weet dat er veel ergere dingen zijn. Maar de beslissing ‘om een jaartje niet naar Protos te gaan’, is voor mij en velen met mij echt wel een teleurstelling die na een stuk taart niet vergeten is.

Hartstochtelijk wil ik pleiten voor een wijziging in de statuten van HZVV en dat Protos wordt opgenomen als een verplicht onderdeel om spelers en supporters te verbinden.

Morgen koop ik het boek van Finkers. Ik heb deze kerstdagen toch tijd over. Wie wil m lezen na mij?

Spelen met vuur

Ik open mijn telefoon en zie dat alle kranten schrijven over de dood van DJ Karel. DJ Karel is een mooie rooie kater uit IJsselstein. Hij was een nachtje op pad geweest en kwam ziek thuis. Eerst zag zijn baasje niets aan het zieke diertje maar de dierenarts vond schroeiplekken rond de anus. Na onderzoek bleek 10 cm darm weggebrand te zijn. Iemand, echt waar, heeft vuurwerk in dat kleine poepgaatje gedrukt en af laten gaan. Ik ben er beroerd van.

Zo’n verhaal is natuurlijk olie op het vuur voor de vuurwerkdiscussie. Het amputeren van al die vingers na een vuurwerkongeluk, kost de gemeenschap handen vol geld.

In Scheveningen is het vanaf nu verboden om vreugdevuren te bouwen. Op de website van de gemeente staat: “In Den Haag is het al een week onrustig nadat de traditionele vreugdevuren geen vergunning kregen van waarnemend burgemeester Remkes. Alleen al zaterdag werden negentien mensen aangehouden vanwege onder meer poging tot brandstichting.”  
De Hagenees is boos en hoewel zij toch wekelijks op hun Malieveld hebben gezien hoe je beschaafd actie voert, kiezen ze er voor om het met harde hand te doen.

Negentien aanhoudingen wegens brandstichting op een willekeurige zaterdag tegen 32 vorig jaar op die ochtend dat het (mede door harde wind) misging. Nadat vele mensen wekenlang van de straat werden gehouden door te bouwen aan de hoge stellages. Waarom geen compromis? Duidelijke afspraken over maximale hoogtes? Meerdere kleinere op plekken waar het geen kwaad kan? De gemeente heeft er bijna een jaar over kunnen denken en moet toch begrijpen dat dit verbod averechts werkt? Wat deed Eva toen ze niet mocht proeven van de verboden vrucht?

Als je een beelddenker bent, kun je het volgende stuk beter even overslaan. Want ‘spelen met vuur’  kan nog véél erger.

In India worden veel vrouwen verkracht. Vorige week was een 23-jarige vrouw onderweg naar de rechtbank om te getuigen tegen de mannen die haar in maart dit jaar verkrachtten. Maar voordat ze de bushalte bereikte, werd ze gepakt, meegesleurd naar een open vlakte en overgoten met benzine. De rest is te gruwelijk en na een paar dagen is ze overleden.

Ik ben niet langer beroerd maar ver daar voorbij. En het gekke is, dat ik in geen énkele krant of website kan vinden hoe deze vrouw heet. Waarom weten we wel hoe de kat uit IJsselstein heet maar kennen we niet de naam van deze jonge vrouw uit India? Wat mij betreft wordt burgemeester Remkes premier in India zodat hij dáár de vuurtjes kan verbieden.

Top 2000

We kunnen weer stemmen! Welke nummers horen we in die magische dagen tussen kerst en jaarwisseling? Ik geniet me alle jaren suf bij het horen van die heerlijke muziek. Alleen al het horen van de traditionele jingle van The Who’s Tommy brengt me in hogere sferen. Wat een fijne tijd! Stemmen kan van 1 t/m 7 december door te klikken op deze link. Welk nummer horen we op 31 december als allerlaatste? Vlak voor de champagnekurken knallen? Ik kan Fix You niet met droge ogen horen. Maar Bohemian Rhaspody hoort op mijn persoonlijke nummer 1. En wel hierom:

Nothing really matters

I see a little silhouetto of a man. Het is Tom. Hij staat achter de groente en ik zit achter de kassa. Door de schappen heen, zwaaien we een paar keer per dag naar elkaar. We vinden elkaar leuk. Niet leuk-leuk maar we mogen elkaar erg graag. En ik heb rijles bij zijn pa.

De supermarkt gaat om 17 uur dicht en na het schrobben komt het kratje Amstel op tafel. Collega’s worden vrienden en we hebben een supergave tijd. School, weekendbaantje, uitgaan … Is this the real life or is this just fantasy. Maakt niet uit. We genieten.

Ik neem een zaterdagmiddag vrij. Als ik naar huis fiets, bedenk ik dat ik vergeten ben Tom dag te zeggen. Dat doen we altijd vrij uitgebreid. Stom, maar dinsdagmiddag staan we allebei weer op het rooster.

Die dinsdag komt niet. Niet voor Tom. Hij steekt met zijn auto een drukke weg over en wordt geschept. Na een paar dagen angst en hoop komt het meest vreselijke bericht….

Op zijn crematie wordt Bohemian Rhapsody gespeeld. Ik zing dit lied altijd keihard mee. Fonetisch – want ik weet eigenlijk niet wat voor rare dingen ze zingen. Bismillah? Beelzebub? Ik heb geen idee maar het is een lekker nummer en we houden allemaal van Queen. Nu zit mijn keel dicht en klopt de tekst keihard met wat ik voel.

So you think you can love me and leave me to die? Tuurlijk kan ik dat niet, jou hier achterlaten! Will not let you go. Never let you go. No, no, no, no, no, no, no!!!!
Toch moet het, voor t eerst in mijn jonge leven. Met Freddy’s stem zegt Tom: Carry on, carry on as if nothing really matters.

Sommige mensen vinden het vervelend om een lied te horen op de radio dat verdrietige herinneringen oproept. Tja, het komt inderdaad niet altijd gelegen. Maar ik ben de ouders van Tom dankbaar dat ze juist deze hebben gekozen. Het is het meest gedraaide nummer aller tijden. Een herinnering komt niet altijd gelegen. Maar dood ben je pas echt als niemand meer aan je denkt. Ik krijg 34 jaar later nog altijd shivers down my spine als ik Freddy I don’t wanna die! hoor zingen. Om Tom, om zijn ouders, die hun enige kind verloren. Om alle ouders.
Mama, I didn’t mean to make you cry! If I’m not back again this time tomorrow ….

Wat zou ik graag tegen zijn moeder willen zeggen hoe vaak ik nog aan hem denk. Ik heb haar nooit meer gezien. Ze is verhuisd, ze zijn gescheiden en de vader heeft nooit meer één rijles gegeven.

Ook zonder Bohemian Rhapsody denk ik aan hem.
Any way the wind blows…

Verandering van mening

 Alleen de allerwijsten en de allerdwaasten veranderen nooit van mening (Confucius)

‘Ik sprak vandaag iemand die vindt dat Piet nog steeds zwart moet zijn’, vertel ik aan tafel. Drie paar ogen kijken me verbaasd aan. ‘Dat vind jij toch ook?’ Ik kijk verschrikt terug. Hun verbazing klopt! De laatste keer dat we het hier over hadden, vond ik de hele anti Zwarte Piet beweging belachelijk. Wat een boel geschreeuw. Ik deed navraag bij vrienden met een donkere huidskleur en geen van allen heeft het als kind als traumatisch ervaren.

Hoe komt het dan dat mijn mening dit jaar ongemerkt zo veranderd is? De huidskleur van Piet of van Jan, Yousef of Azizi kan me al heel lang niets schelen, ik zie het zelfs meestal niet eens. Het besef is dit jaar gedaald dat er mensen zijn die zich gekwetst en gekleineerd voelen. We kunnen roepen dat het niet hoeft, dat we dat niet bedoelen met dit kinderfeest. Maar ze voelen het wel. En dat vind ik heel erg. Mensen die gekwetst en gekleineerd worden om wat voor reden. Huidskleur, religie, afkomst…  En als we dat op een – vrij eenvoudige manier – kunnen veranderen, waarom zouden we dat dan niet doen?

De traditie, het feest wordt er geen steek anders van. We blijven elkaar verrassen met plagerige en grappige gedichten en zorgvuldig gekozen cadeautjes. Een knusse avond met lekkere hapjes en gezelligheid. Wordt het echt minder gezellig omdat de huidskleur van wie dan ook anders is dan in de jaren hiervoor? We leren onze kinderen om geen onderscheid te maken.  En heel Nederland reageert geschokt als Mendes Moreira tijdens de wedstrijd FC Den Bosch – Excelsior zo racistisch wordt uitgejouwd. Schande! Huidskleur moet er niet toe doen, het gaat om hoe iemand is. Nou. Piet doet nog steeds grappig en deelt pepernoten en pakjes uit.

Tijden veranderen. Ik zie met blijdschap en ook verbazing de reclame van Unox. Unox wat we sinds jaar en dag kennen van die lekker vette rookworsten. In de commercial ziet een stoere vader dat zijn dochter de traditionele worst stiekem verruild voor een vegetarische variant. Hij twijfelt even maar zet dan toch zijn tanden er in en lijkt te genieten. Dit was een jaar geleden nog ondenkbaar. En nu dwingt het zelfs respect af. Net als bier drinken zonder alcohol. En Coldplay die om milieuredenen niet wil vliegen.

Op het nieuws wordt bij de intocht een klein meisje gevraagd: ‘Hoe zag zwarte piet er uit?’ Ik hou mijn adem in. Wat een idiote vraag! Maar ze antwoordt: hij was heel mooi met paars en geel!
Met dit meisje komt het wel goed! Het is haar niet opgevallen wat de kleur was van zijn huid. Zij zal geen voetballers uitschelden of op de barricade klimmen als de Lidl iedereen een fijne feestmaand wenst. Hij was gewoon mooi. Met paars en geel!

Saudade

Ik zit bij onze oudste achterop. Hij laveert de gehuurde scooter door de zwerm van voertuigen. We rijden door de naar uitlaatgassen stinkende straten van Ubud. Tien maanden per jaar is dit een  prachtige plek op Bali waar kunstenaars en levensgenieters elkaar ontmoeten. Maar in juli en augustus wemelt het van de toeristen. Dat gegeven trekt massa’s Balinezen aan die graag mee profiteren van de westerse welvaart en de reiziger wil vermaken. Ik zeg niets en knijp mijn zoon niet fijn want ik weet dat ik hem daarmee enorm irriteer. Een bange moeder is mega irritant dus ik doe mijn ogen dicht en bijt op mijn lip.

Het duurt niet lang voor we de stad uit zijn. Net zag ik nog straten vol scooters en – in onze ogen al lang afgeschreven – auto’s. Het blik verruilt zich voor vergezichten. Ik zie bergen vol bebouwde sawa’s in veel meer tinten groen dan die lousy fifty die E.L. James in het grijs kent. Ik zie bananenbomen die handig worden beklommen door locals die traptreden hakken in de smalle stam. De spelende kinderen op straat, de oude mannen – gehurkt – kijken tevreden rond. De vrolijke vrouwen lopen met grote manden op hun hoofd en klauteren al kletsend de heuvel op. De warme wind ruikt naar bloemen en plakt op mijn huid. Ik geniet. Ik geniet zo ontzettend maar tegelijkertijd knijpt mijn keel samen en lopen de tranen over mijn gezicht. Morgen gaan we terug. Dan komt er een eind aan deze machtige reis die ik uitvoerig heb voorbereid. De reis die ons voerde langs luxe resorts aan witte stranden en hutjes op palen waar vissers met hun gezin wonen op 4 vierkante meter. We sliepen op eilandjes zonder stromend water en elektriciteit en kwamen daarna weer in grote hotels met een perfect zwembad en gym.

Terug in Nederland kan ik maar moeilijk mijn draai vinden. Ik bekijk met afschuw het koelvak in de supermarkt. Als ik andijvie wil eten, moet ik kiezen uit grof, fijn of niet gesneden, in zakken van 150, 350 en 600 gram. Die waanzin staat in zo’n schril contrast met de pasar waar ik eerder die week was. In mijn kast liggen twaalf lange broeken waaronder zes zwart. Ik heb door deze reis geleerd dat geluk niet zit in het hebben van andijviekeuze of zes zwarte broeken. Ik heb mensen gezien die zo gelukkig waren met zo weinig. Met onregelmaat overspoelt me een gevoel van weemoed, van heimwee, van verlangen naar die ommuurde weken met mijn gezin.

Ik lees een woord wat me raakt en me beter maakt. Saudade. Een Portugees woord wat zich niet laat vertalen. Net als onze Nederlandse ‘gezellig’ niet in woorden te vangen is. Saudade is de aanwezigheid van afwezigheid. Het verlangen naar iets of iemand waar we goede herinneringen aan hebben maar ook weten dat het waarschijnlijk tot het verleden zal blijven horen. Verlangen. Gemis. Nostalgie.

Ik heb mezelf vaak voor gek verklaard en geschaamd om die malle tranen die ik niet echt kon duiden. Ik weet ik nu wat ik heb. Saudade.

Hoe zinvol is afval scheiden?

Mijn vader was erg. Van het theezakje haalde hij het kartonnetje af en legde dat bij het oud papier. Het nietje ging bij het blik. Het theezakje zelf bij gft.

Zo ben ik grootgebracht.

Mijn maag krimpt samen als iemand de plastic broodzak, die op ons aanrecht ligt en gevuld wordt met alle gft-dingetjes, met zak en al in de gft-bak gooit. Ik ben een stuk minder erg dan mijn vader maar kan dat niet verdragen.

Ze lachen me thuis zachtjes uit. In grote steden wordt zoveel minder gedaan aan afval scheiden. Huizen hebben geen ruimte voor drie grote containers. En kijk, in Indonesië verbranden ze autobanden langs de weg. Wat heeft het allemaal voor zin. Geneuzel op de vierkante meter, waardeloos voor het geheel.

„De mensen thuis zijn heel lief, maar weten eigenlijk niet zo goed waar ze mee bezig zijn”, zegt Peter Rem, hoogleraar resources en recycling aan de Technische Universiteit Delft, lees ik in Metro. Ik voel me beledigd. Ik doe het niet om lief te zijn maar omdat het milieu me wel degelijk aan t hart gaat.

Samengevat zegt hij verder dat recyclen zeker zin heeft en dat het gemakkelijker te doen is als huisvuil gescheiden wordt. Er hoeven minder grondstoffen te worden gewonnen, omdat ze er al zijn. Dat is beter voor het milieu en ook beter voor de portemonnee. Plus je hoeft de grondstoffen niet te halen uit landen waar je misschien minder goeie betrekkingen mee hebt en maakt het je daarom minder afhankelijk. Door het afval te scheiden is het voor de afvalverwerkers minder arbeidsintensief. We doen een deel van het werk alvast voor hen.

Ik vind de argumenten erg zwak en ik denk dat mijn vader zich niet zo had uitgesloofd als hij had geweten wat ik nu weet. Nu helpen alle kleine beetjes en is een druppel op een gloeiende plaat toch verkoelend dus blijf ik afval scheiden wat ik kan. Maar ik ga ondertussen wel op zoek naar andere manieren om het milieu te ontlasten. Minder vlees eten, korter douchen, het bespaarprogramma gebruiken op de wasmachine en ik beloof plechtig om iedere keer als ik naar het strand ga, drie plastic dingen op te ruimen. Hopelijk wordt dat dan ook hergebruikt maar dat het niet in de zee belandt is sowieso een mooie gedachte.

Help je mee?

Iets over mij

Op de MAVO – zo’n 40 jaar geleden – merkte ik al dat ik schrijven leuk vond. Maar al die jaren heb ik er nauwelijks iets meegedaan. Nu volg ik een cursus columns schrijven en beleef daar veel plezier aan. De eerste les was de opdracht op te schrijven waaróm ik graag schrijf. Dat leverde deze column op:

Onder stoelen en banken.

Bescheidenheid is een deugd, siert de mens en hoogmoed komt voor de val. Zo ben ik opgevoed. Ik heb jarenlang geloofd dat het een goede eigenschap was. Maar door de jaren heen, gingen er leuke kansen en spannende banen aan mijn grote neus voorbij terwijl ik dacht: die jas had mij ook gepast. En gaandeweg merkte ik dat er mensen zijn die echt naar me luisteren, die het leuk vinden om te horen wat ik meld. Dat af en toe iemand iets heeft, aan wat ik gezegd heb. Wat maakt me dat blij! Ik leer dat spreken soms ook best goud kan zijn.

Door mijn opvoeding past het me niet om te zeggen dat ik verwacht dat na het lezen van mijn mening over het gebruiken van de invoegstrook, heel Nederland snapt hoe het ritsen eigenlijk werkt. En dat na mijn column over het oneigenlijke gebruik van de term ‘rokjesdag’ de reclame van de ramen wordt gehaald,  in die eerste zonnige weken van april.

Ik weet inmiddels dat Godfried Bomans zei: ‘Dikwijls is datgene wat wij bescheidenheid noemen, niets anders dan het verlangen om tweemaal geprezen te worden.’ De Franse journalist Bouvard schreef in 1929: ‘Bescheidenheid is de kunst om de anderen al het goede te laten zeggen dat je van jezelf denkt.’
Vals hoor!

Ik leg de lat hoog als ik de wens uitspreek dat mensen niet alleen glimlachen en na het lezen mompelen dat het een ‘aardig stukkie’ was. Maar dat ze de volgende keer nadenken bij het eten van kip, bij het naar binnen gaan van de trein, bij het beklimmen van de berg en bij al die andere actuele irritaties die ik aan wil snijden.

Als ik na al deze hoogmoed val, hoop ik dat het in goede aarde is.

Maar ik vind het vooral heel leuk om te schrijven. Erg leuk dat je me leest!