Hartstocht

hartstocht hartstichting

Zondagochtend. Koffie bij mijn moeder. Waar we vroeger vol passie de toestand in de wereld bespraken, beperken we ons nu tot het uitwisselen van nieuwtjes. En we nemen de post door. Er is een brief over orgaandonaties.

Ik heb er geen zin in, zegt mijn moeder zodra we de discussie beginnen.

Ik begrijp dat denk ik wel. Als je bijna 87 bent, heb je geen zin om daarover na te denken. Misschien omdat de dood dichterbij komt? Of omdat het onmogelijk is zo’n beslissing te overzien? Ik weet ook echt niet of een nier die al 87 jaar actief is nog gebruikt kán worden voor een ander? Daarom hebben we het er maar niet te lang over. Mocht het zo zijn dat ze iets kunnen gebruiken en de situatie bij het overlijden is zo dat het ook kan, dan mogen wij beslissen. Ik verscheur de envelop met grote gebaren. Zodat het afgewerkt is. Voor haar.

Een dag eerder kreeg ik een appje van een kennis. Een leuke jonge meid, geboren met een missende hartklep waardoor haar hart altijd extra hard moet werken. Ze appt dat het tijd is voor een donor hartklep. Door corona loopt alles anders en is het onduidelijker dan anders wanneer die donorklep beschikbaar komt. Een onzekere tijd breekt aan en het is allesbehalve afgewerkt. Voor haar.

’s Middags maak ik een lange wandeling. Het is heerlijk weer. Ik kom een groepje van 3 tegen. De man leidt de hond af door net te doen alsof hij een tak gooit. Ik doe een grote stap opzij en grap: ‘Ik weet niet hoe goed je mikt?’ We lachen.

Nog een drietal: ‘In 1899 stelde Cornelis Lely voor om snelwegen te maken maar hij werd keihard uitgelachen’, vang ik op. Dat wist ik niet. Wel dat hij het plan voor de Afsluitdijk maakte en dat Lelystad naar hem is vernoemd maar dat van die snelwegen, wist ik niet. Zoveel briljante mensen en ideeën worden eerst weggelachen.

Zo gaat het een tijd door. Nog een tweetal, een trio, een viertje… wat zijn we massaal aan t genieten op deze zonnige middag!

Ik kan niet anders dan heel hard hopen dat al deze actieve mensen er wél zin in hadden, in het invullen van die brief voor orgaandonaties. Zodat de mensen die iets nodig hebben, dit daardoor kunnen krijgen. Zodat die leuke jonge meid, die zo van wandelen houdt, nog heel veel tochten kan maken.

Hartstochten bijvoorbeeld. Dat zit er voor haar dit jaar niet in, ben ik bang. Maar behalve helpen hopen op een snelle donorklep, kunnen we dat wel doen. Voor haar en alle anderen: het donorregister invullen en meelopen met de Hartstocht. Want die gaat ondanks corona wél gewoon door!

Ps: De Hartstocht is een wandelevenement op 10 april a.s. georganiseerd door de Hartstichting. Je start en finisht vanuit je eigen voordeur of een plek naar keuze. Dat maakt het zo uniek. Je kiest uit een route van 5, 10, 15, 20 of 30 kilometer en ontvangt een persoonlijke route, langs bijzondere plekken en natuur in de eigen omgeving.

Ik schreef eerder over orgaandonatie. Wil je die teruglezen? Op het leven en dood.

Op (het) leven en dood

Ruim een half jaar geleden zag ik op Facebook een bericht voorbij komen. ‘Donor gezocht met bloedgroep O positief’.  Er stond een aangrijpende foto bij van een jonge vrouw in een ziekenhuisbed, aan de dialyse. De naaste familie, zo staat in de begeleidende tekst, wil graag een nier afstaan maar niemand heeft een goede match. Wachten op een nier van een overleden persoon is mogelijk, maar dan moet deze jonge vrouw nog zeker vier jaar wachten voor ze weer kan léven.

Het bericht wordt meer dan 1200 keer gedeeld. Ik worstel er een tijdje mee. Ik weet niet eens wat mijn bloedgroep is. En ik vraag me af of al die 1200 mensen die dit bericht delen, er meer dan twee minuten bij stil hebben gestaan: is deze oproep misschien voor míj bestemd? Is het niet hypocriet om het bericht te delen en jezelf die vraag niét te stellen? Ik deel het bericht uiteindelijk niet. Ik durf het mij niet te vragen.

Op mijn 21e verjaardag tekende ik het donorcodicil. Dat was toen nog een papieren, geplastificeerd kaartje wat je altijd bij je droeg. Ik wist en weet het zeker: als ik er niet meer ben, mag alles gebruikt worden.  Ik hoop echt dat dat gebeurt en dat er mensen zijn die baat hebben bij mijn dood. Ik weet ook dat die kans maar heel klein is. (Kijk hier voor de voorwaarden).
Geven na de dood lijkt mij niet zo moeilijk. Maar om tijdens het leven al te geven… Aan je eigen vlees en bloed lijkt de keus minder moeilijk. Maar aan een relatief vreemde?

Onwaarschijnlijk fantastisch is het dat érgens in Nederland een vrouw woont, die al jarenlang de wens had om nierdonor te worden en het gedeelde facebook bericht las. Misschien van iemand die klakkeloos deelde en voel ik nu spijt dat ik dat niet deed. Het was een match, de operatie is inmiddels achter de rug en wat hoop ik dat beide nog lang en gelukkig leven! Het ziet er nu heel goed uit. Deze vrouw verdient een standbeeld! Belangeloos je eigen gezondheid delen met een onbekende, ik vind het een enorme heldendaad! Volgens mij staat hier en daar nog wel een sokkel leeg.

Op 1 juli 2020 gaat de nieuwe donorwet in, over het doneren van organen en weefsel na je dood.
Iedereen is vrij om te kiezen: ik ben wel donor / ik ben geen donor / iemand anders mag na mijn dood beslissen. Het hele mooie van de nieuwe wet is, dat als je niéts doet, dat je automatisch wordt geregistreerd als ‘geen bezwaar’. Want heel veel mensen hébben echt geen bezwaar maar vinden het gewoon moeilijk om het vast te leggen. Nadenken over je eigen dood is te moeilijk als je goed gezond bent. Mensen die liggen te wachten op een orgaan, kunnen je daar alles over vertellen. Zij worden immers tot nadenken gedwongen! Pia Dijkstra, een van de voorvechters van deze wet had gelukkig een lange adem.

Op de keukendeur van mijn zus staat:
Je hebt áltijd een keuze. Niets doen is ook een keuze.
Ik hoop dat de meeste mensen bewust vóór kiezen en dat invullen op www.donorregister.nl. Dat voelt goed en levert mooie gesprekken op met je naasten. Maar dankzij de nieuwe wet, is ‘niets doen’ in dit geval een verrekt goede tweede optie.