Een heerlijk virus

Ik heb al jaren het hardloopvirus onder de leden. Een heerlijk virus. Maar is het ook besmettelijk?

Wie ‘m ooit gelopen heeft, weet wat het is. Hoogeveens trots. De Cascaderun. Maandenlange training zorgt voor een prachtige verbroedering. Hoe verder het voorjaar vordert, hoe meer lopers je ziet op straat. We groeten elkaar altijd. Soms met een gesproken woord, soms met alleen een afgepijgerde blik. We begrijpen elkaar.

Een handjevol lopers doet mee voor de winst en het klassement. Maar het overgrote deel neemt het voornamelijk op tegen zichzelf. We willen zéker niet langzamer zijn dan vorig jaar en als we eerlijk zijn, ook net iets sneller dan die ene vriendin of buurman. Daarom is er altijd gezonde wedstrijdspanning. Lukt het me wel dit jaar? Heb ik genoeg gegeten, moet ik nog naar de wc, kán ik nog naar de wc, heb ik niet te warme kleren aan? Gedachten schieten alle kanten op. Het gekakel om me heen is enorm. Voetje voor voetje schuiven we op naar ons startvak. We drommen steeds dichter tegen elkaar, zo dicht mogelijk naar de startstreep.

Dan start de muziek en valt iedereen stil. Het adrenaline peil stijgt enorm. Ieder jaar schallen dezelfde opzwepende klanken van ‘The Pirates of the Carribean’. Deze tune is voor altijd onlosmakelijk verbonden met de Cascaderun. Ik voel mijn ogen prikken. Ik sta er weer! Een jaar ouder en toch! Wat ben ik gruwelijk dankbaar dat ik hier weer sta!

Het aftellen begint en ik slik mijn tranen weg. Iedereen telt mee. Five four three two one… het startschot klinkt en we juichen! Ik high-five met iedereen die ik ken en die ik niet ken en dan gaan we…  

Iedereen loopt zijn eigen wedstrijd met eigen drijfveren en emoties. Het support van iedereen langs de route is weergaloos. Al die toeschouwers, live muzikanten, dj’s. Op stillere plekken hebben mensen boxen neergezet. Al die verkeersregelaars, ehbo-ers, watertappers. Wat heb ik een diep respect voor de organisatoren die dit iedere keer voor elkaar krijgen. Het ene jaar nog vlekkelozer dan het andere. Ik geniet me suf.

Halverwege wordt het zwaar. De muziek en supporters zorgen dat ik tempo houdt. Iemand roept: ‘je bent er bijna, nog maar 3 kilometer’.  Ik denk: ‘wtf…. Die 2 zinnen passen niet bij elkaar.’
Vlak voor ik de Hoofdstraat in loop, speelt de live-band een betekenisvol nummer wat binnen komt! Gek genoeg gebeurt dat ieder jaar op die plek.
De laatste 500 meters zijn hartverwarmend. Zoveel mensen! Na de matten omhelst iedereen elkaar. Een beetje zweet meer of minder maakt op dat moment even niet uit. Flesje water, fruit, muziek en gelukzalige glimlachen. Achter de hekken vinden we onze trouwste fans. Daarmee proosten we op het leven.

Wat hoop ik dat ik voor dit hardloopvirus nooit immuun wordt en dat ik nog vele mensen hier mee kan besmetten. Heb ik je een beetje aangestoken? Gezondheid!

Bekijk hier de geweldige aftermovie van 19 april 2020…

Van Marathon naar Athene – 5

Elke 1000 mijl begint met een eerste stap. Dat is een chinees gezegde en zowel in letterlijke als figuurlijke zin ontzettend waar. Vorige week begonnen twee collega’s van mij aan het allereerste begin van hun hardloopbaan. Beide de 50 gepasseerd en één van hen is zeker aangestoken door mijn hardloopvirus.

Ik beloof haar te helpen. Ze volgt een schema en loopt op donderdag met professionele begeleiding. In het weekend gaat ze zelf en op dinsdag na werktijd trekken we vanaf nu samen de schoenen aan. Een serie van 3 x 1 minuut hardlopen en 4 minuten wandelen. Ik denk zo’n 14 jaar terug toen ik begon. Van stoep naar stoep, iedere week een stoepje verder. Wat is zo’n allereerste begin toch hard knokken. Maar ik vergeet ook nooit de euforie, iedere keer als ik een stoepje verder kwam. Na 3 x 1 minuut is ze bijna net zo moe als ik na een duurloop van een uur. Ik heb diep respect! Haar eerste stappen zijn gezet! En dat zijn vaak de moeilijkste.

Dit weekend worstel ik me door de langzame duurloop van 15 kilometer. Vorige week in Heerde ging het zo heerlijk! Een onverwachte 2:11 uur over die 21,1 km, dat had ik nog niet durven dromen. Maar dankzij het glooiende pad, hielden we het tempo hoger. Vanaf kilometer 1 zeiden mijn loopmaatje en ik tegen elkaar: ‘We lopen te snel. Laten we proberen iets rustiger te doen.’ Na kilometerpaaltje 8 zijn we maar gestopt om dat te zeggen want het lukte toch niet. We zijn sowieso gestopt om iets tegen elkaar te zeggen om energie te sparen. Na het 17 km punt gluurde ik achter iedere boom om te kijken of de man met de hamer er achter zat. Maar hij kwam niet.

Toen niet. Maar dit weekend zat ie met een loden hamer op mijn rug. Wat was die 15 km een worsteling met mezelf. Ik realiseer me weer eens te meer dat er drie belangrijke aspecten zitten aan het hardlopen. Natuurlijk de conditie en de spierkracht. Maar vergeet het mentale deel niet. Zeg je kilometers lang tegen jezelf dat het lekker gaat of zucht en steun je inwendig dat de inspanning je zo zwaar valt, dat je eigenlijk geen zin hebt, drukke week had en wat voor smoesjes meer? Het maakt een wereld van verschil.

Ondertussen piepen en kraken de collega’s ook al. Gemopper over tijdgebrek, geen zin, te weinig longinhoud. Ik praat als Brugman om hen te overtuigen; dat als het je lukt om drie keer in de week te lopen, de zin om te lopen echt komt en het juist een hele mooie invulling wordt van je vrije tijd. En die longinhoud… tja, stoppen met roken wil ook nog wel es helpen 😉. Elke 1000 mijl start met een eerste stap, een tweede en derde, goeie benen en conditie en heel veel doorzettingsvermogen